‘Maak kennis met’ is een interview serie met leden van Recht voor Klimaat, onder meer over hun persoonlijke drijfveren. Mariska is Coördinator Duurzaamheid en Senior Toezichthouder bij de Directie Mededinging van de Autoriteit Consument & Markt (ACM) en sinds zomer 2025 bestuurslid van Recht voor Klimaat. Inmiddels telt de groeiende beweging ruim 400 gedreven leden die vanuit verschillende commissies stap voor stap bouwen aan een juridische “business as usual” binnen de grenzen van wat onze planeet op de lange termijn aankan.

Wat was voor jou de aanleiding om je als bestuurslid van Recht voor Klimaat in te zetten voor het klimaat?
“De wereld die we onze kinderen nalaten verandert razendsnel. Ik wil niet vanaf de zijlijn toekijken, maar doen wat ik kan. Dat voel ik als burger, als gebruiker van deze planeet, maar vooral als moeder. In mijn werk zie ik hoe bepalend regels zijn voor keuzes van bedrijven — en hoe groot de kloof soms is tussen wat wettelijk mag en wat maatschappelijk wenselijk is. Toen Danny Hoekzema (oprichter van de stichting, red.) op LinkedIn juristen vroeg of er animo was om ons te verenigen in een stichting, wist ik meteen: hier moet ik bij zijn. Juristen hebben kennis en middelen die écht verschil kunnen maken, maar benutten die nog te weinig. Daarom zet ik me in voor de Stichting. Eerst als koploper van de Commissie Mededingingsrecht en nu als bestuurslid – zodat ik nog meer impact kan maken.”
Welke aanpassing binnen het mededingingsrecht zou volgens jou de duurzaamheidsopgaven het meest ten goede komen?
“De afgelopen jaren zijn enorme stappen gezet — mede dankzij de ACM. Steeds duidelijker wordt dat het mededingingsrecht niet remt, maar juist kan versnellen. Bijvoorbeeld door samenwerking op het vlak van duurzaamheid zo in te richten dat dit vanuit de markt bekeken ook op een eerlijke manier gebeurt. Er zijn al tientallen voorbeelden van samenwerkingen waar duurzaamheid en de mededingingsregels hand-in-hand gaan (Afspraken met andere bedrijven over duurzaamheid | ACM).
Welke aanpassing binnen het mededingingsrecht is dan nog nodig? De ACM biedt in haar beleidsregel Toezicht ACM op duurzaamheidsafspraken extra speelruimte voor afspraken die schade aan het milieu verminderen of voorkomen. Negatieve externaliteiten, zoals milieuvervuiling, kunnen daardoor ruimer worden meegenomen zodat bedrijven hier óók het goede kunnen doen voor mensen in derde landen, die nu de milieuschade dragen van onze consumptie. Het gaat daarbij voor mij om de afweging tussen effecten op de korte en de lange termijn. Wil je een lage prijs op korte termijn, of een leefbare wereld op lange termijn? De ACM volgt daarbij het principe van “de vervuiler betaalt”. Het mooiste zou zijn als die ruimte er ook op Europees niveau komt, omdat veel afspraken over de Nederlandse grens heen gaan en daarmee ook de meeste impact kan worden behaald.”
Welke ruimte bieden de mededingingsregels voor samenwerking tussen bedrijven bij het vervullen van hun CSRD-verplichtingen?
“Meer dan veel bedrijven denken. Zeker als het gaat om het ontwikkelen van sectorale standaarden of door data te delen (over duurzaamheidsaspecten) in de keten. Een goed voorbeeld is de informele beoordeling van de ACM over een samenwerking tussen Nederlandse banken om gezamenlijk een duurzaamheidsplatform op te zetten. Ze werken aan gedeelde uitleg over een deel van de duurzaamheidseisen (ESG-eisen) waarover banken moeten rapporteren op grond van de CSRD. Ze kijken daarbij bijvoorbeeld naar welke gegevens nodig zijn en welke rekenmethodes geschikt en betrouwbaar zijn om te gebruiken.
De ACM beoordeelde de samenwerking informeel en zag geen bezwaren. De samenwerking is op basis van vrijwilligheid en iedere bank die wil meedoen kan aansluiten. De banken wisselen geen concurrentiegevoelige informatie uit, zoals gegevens over klanten. Zij baseren de gezamenlijke uitleg van ESG-eisen op objectieve bronnen die zij vermelden in het dataschema. Hierdoor is sprake van een transparant proces. Verder stelt elke bank zelf de eigen rapportage op en beslist zelf over welke ESG-criteria zij (niet) rapporteert. De banken zijn daarbij vrij om van de gezamenlijke uitleg in het dataschema af te wijken.
Het resultaat? Beter vergelijkbare rapportages – en zo kunnen bijvoorbeeld investeerders weer duurzamere keuzes maken.
Ook de IMVO-convenanten van de Sociaal-Economische Raad zijn belangrijk. Daarin werken bedrijven, maatschappelijke organisaties en de overheid samen om misstanden zoals uitbuiting, dierenleed of milieuschade in de internationale keten aan te pakken en te voorkomen. De verplichtingen in die convenanten zijn vaak gebaseerd op de OESO-richtlijnen – die weer de grondslag vormen voor de CSRD en de CSDDD. De ACM heeft alleen al dit jaar (2025) drie van die convenanten informeel beoordeeld: in de textiel, natuursteen en metaalsector.”
En op welke punten ontstaat in de praktijk de meeste onzekerheid?
“Vooral als samenwerking raakt aan concurrentieparameters, zoals prijzen – daar kunnen bedrijven te ver gaan. Ook afspraken tussen concurrenten om juist niet te verduurzamen of om niets te communiceren over hoe duurzaam hun producten zijn, zijn problematisch: die nemen concurrentie weg en schaden zowel consumenten als de maatschappij.
Toch is er vaak een oplossing waardoor samenwerking wél kan. Mijn ervaring is dat duurzaamheidsvoordelen ook kunnen worden bereikt door samenwerkingen zo vorm te geven dat het de concurrentie niet beperkt. En als concurrentiebeperkende afspraken écht nodig zijn om duurzame voordelen te realiseren, is daar ook absoluut ruimte voor. Wat helpt voor bedrijven is om niet te snel te denken dat “het niet mag” onder de mededingingsregels, maar bij twijfel vooral de hulp van een jurist in te roepen. Komen partijen er dan nog niet uit, dan kan de ACM om een informele beoordeling worden gevraagd. De ACM kan meer zekerheid geven over of een samenwerking is toegestaan.”
Op welke werkprestatie binnen het klimaat- of duurzaamheidsrecht ben je tot nu toe het meest trots?
“Het meest trots ben ik op het duurzaamheidsteam binnen de directie Mededinging van de ACM. We hebben in een vrij korte tijd de perceptie weten te wijzigen van een “nee, dat mag niet” naar “ja, het mag mits”. Daarnaast ben ik trots op mijn rol binnen Recht voor Klimaat: het verbinden van een groeiende groep juristen die hun expertise inzetten voor echte verandering. Dat bevestigt elke keer weer dat we het juiste doen.”
Welke verandering of ontwikkeling hoop je in jouw rol als bestuurslid van Stichting Recht voor Klimaat te helpen versnellen?
Dat duurzaamheid een vanzelfsprekend juridisch uitgangspunt wordt. Niet iets ‘extra’s’, maar onderdeel van professioneel handelen. We zeggen bij de Stichting ook wel dat het business as usual moet worden. Als Stichting willen we juristen daarbij helpen. Door kennis te ontwikkelen, elkaar te vinden en expertise in te zetten voor de maatschappij. Mijn missie is de drempel verlagen: iedereen kan bijdragen — en elke stap telt.
Ik richt me daarbij in het bijzonder op de algemene en vakinhoudelijke commissies binnen de Stichting. Door hen te faciliteren, stimuleren en enthousiasmeren hoop ik dat zij de ruimte krijgen om zich te ontwikkelen tot professionals die het recht actief inzetten voor verduurzaming en daarmee als een (duurzame ;-)) olievlek een hele hoop andere juristen inspireren. Want samen bereik je meer dan alleen!”
Dit interview is op persoonlijke titel.